Vrijdag 23 januari 1914 overlijdt Albert, in leven hoofd van School V (openbare lagere school) te Heerlerbaan der gemeente Heerlen en wonende aan Drievogels ook in de gemeente Heerlen, als gevolg van een noodlottig automobielongeluk. Zo staat beschreven in de akte van inventaris opgemaakt woensdag 4 maart 1914 door notaris Gabriël Beckers te Hoensbroek. Een zeer uitgebreide akte van maar liefst 14 pagina's.
Uit de krant De Zuid-Willemsvaart van woensdag 28 januari 1914: ‘De heer Diederen werd door een automobiel van de Staatsmijnen aangereden op den weg Heerlen-De Locht. De ongelukkige was onmiddellijk dood. De oorzaak schijnt te zijn dat hij wilde uitwijken voor een van Aken komende auto, zodat hij de achter hem rijdende auto van de mijn niet heeft gehoord. De heer Diederen zou binnen korte tijd trouwen’.
Albert is bij zijn dood ongehuwd en derhalve zijn de bloedverwanten van vaderszijde Leonardus Diederen en van moederszijde Helena Leunissen zijn erfgenamen. Vanwege het grote aantal erfgenamen, 38 personen, worden 3 personen aangesteld om voor de inventarisatie en verdeling te zorgen. Het zijn: Henri Crapels, bloemist te Heerlen getrouwd met Maria Diederen, Henri Leunissen, onderwijzer te Amstenrade en Jan Hendrik Diederen, koopman te Sittard.
Er worden 3 inventarisaties opgemaakt: persoonlijke spullen en geld op het lichaam van het slachtoffer, geld en waardevolle spullen thuis en de inboedel van zijn gehuurde kamer. Daarnaast wordt een lijst opgesteld van de schulden die er zijn.

Op het lijk van de erflater wordt onder andere gevonden: een rijksdaalder, een mark, drie kwartjes, een dubbeltje, twee halve centen, dertien tienpfenning-stukken, een bankbiljet van tien gulden, een stuiver, twintig postzegels van twee en een halve cent, een zilveren horloge met ketting, een zakmesje en handboekje. Waarde geld: 15 gulden en 69 cent.
Op de kamer van de erflater wordt onder andere gevonden: twee biljetten van vijf en twintig gulden, twee rijksdaalders, twee guldenstukken en kleingeld. Waarde geld: 62 gulden en 67 en een halve cent.
Verder heeft de erflater een Rijksspaarbankboekje, waarop de inleg bedraagt: 321 gulden en 76 cent. Een polis ten laste van de Levensverzekeringsmaatschappij Rotterdamsche Verzekering Societeites te Rotterdam met recht op een jaarlijkse uitkering van 300 gulden bij invaliditeit. Een spaarbankboekje ten laste van de Roomsch Katholieke Spaarbank "St. Pancratius" te Heerlen met 386 gulden. Een polis (nummer 4108) ten laste van de Aacher Leipziger Versiecherungs aktien Geselschaft in Aken ter verzekering van zijn inboedel voor 950 mark.
Schulden onder andere: aan L. Schiffelers te Drievogels-Heerlen voor kostgeld 39,90; aan Bertolett Heiligers voor het lijkbidden 7,20; aan de Limburger Koerier voor drukwerk 60,85; aan kleermaker Quaedackers te Spekholzerheide 7,52; aan den Heer Pastoor te Spekholzerheide voor de begrafeniskosten 186,22; voor de lijkwagen 12,00 etc. Totale schulden: 413 gulden en 39 cent.

De inboedel bestaat onder andere uit: een kachel, zes stoelen met rieten zitting en een tafel met kleed, buffetkast, twee boekenrekken, een fiets, vier grote en drie kleine schilderijen, een viool met kist, diverse kisten met sigaren, een verzameling pijpen met toebehoren, een globe, doos met twee hoge zijden hoeden, kleding en waschgoed, potloden, verrekijker, drie paar schoenen, grote partij leerboeken en studieboeken.
Hoe de verdeling heeft plaatsgevonden, wordt niet duidelijk uit de akte.
Boven: een Ford van rond 1914. Rechts:10 guldenbiljet uit 1900 en een halve cent.
